‘Bij aanpak ondermijnende criminaliteit is meer nodig dan alleen strafrecht’

Verhalen uit de praktijk

Toen burgemeester Sybrand Buma van Leeuwarden vorig jaar een makelaarskantoor in zijn gemeente sloot, omdat de activiteiten die er plaatsvonden een bedreiging voor de openbare orde vormden, was dat groot nieuws. “Maar we hebben niets anders gedaan dan gebruik maken van de instrumenten die we tot onze beschikking hadden”, zegt stafadviseur Erik Verdoorn van de gemeente. Samen met teamchef Klaas Dunnink van de politie legt hij uit hoe een bestuurlijke aanpak het werk van criminelen kan verstoren.

Sybrand Buma

Drugs zorgen in Leeuwarden voor verschillende problemen. Uit rioolwateronderzoek blijkt dat er behoorlijk stevig gebruik plaatsvindt van zowel soft- als harddrugs. “En dat zorgt ook voor drugsgerelateerde criminaliteit”, vertelt Erik Verdoorn, die sinds 2019 burgemeester Buma adviseert bij veiligheidsvraagstukken. De aanpak van ondermijning is daarbij een van de hoofdthema’s. “In de afgelopen jaren hebben we ongeveer 30 panden per jaar gesloten in verband met de teelt of handel van drugs, waarbij het in ongeveer de helft van die gevallen ging om hennepteelt. Vaak gebeurt dit in woningen. Dat laat zien hoe criminele activiteiten zich vermengen met de bovenwereld.”

Wanneer zo’n pand wordt aangetroffen, start de politie samen met het Openbaar Ministerie vaak een opsporingsonderzoek. Daarnaast wordt er een bestuurlijke rapportage gemaakt voor de burgemeester. Verdoorn: “Als er bijvoorbeeld grote hoeveelheden drugs zijn aangetroffen, of op een andere wijze kan worden vastgesteld dat er sprake is van drugshandel op die locatie, kan hij op basis van de Opiumwet besluiten die woning tijdelijk te sluiten. Ook als het politieonderzoek nog loopt. Zo’n ingrijpend besluit vraagt uiteraard om zorgvuldigheid en maatwerk van de burgemeester.”

Opvallend gedrag

Elk gesloten drugspand is er een. Tegelijkertijd wordt de organisatie achter de criminele activiteiten met zo’n sluiting vaak maar beperkt geraakt. Daarom probeert de politie in haar onderzoek ook verbanden in kaart te brengen. Daarvoor is het essentieel om relevante data bij elkaar te brengen en die in samenhang te analyseren. De Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC's) spelen daar een belangrijke rol in.

Mede dankzij de RIEC’s werd een aantal jaar geleden duidelijk dat opvallend veel drugspanden te linken waren aan één specifiek makelaarskantoor. Het bedrijf wordt geleid door twee broers en heeft enkele honderden panden in de verhuurportefeuille, waarvan een groot deel eigendom is van hun vader. “Dat meerdere panden daarvan konden worden gelinkt aan drugsproductie had op zich toeval kunnen zijn”, vertelt teamchef Klaas Dunnink van de politie. “Maar we ontvingen ook signalen vanuit huurders en de omgeving. Dat zorgde bij elkaar voor het onderbuikgevoel dat er iets niet klopte.”

Begin 2022 startte de politie met de officier van justitie een opsporingsonderzoek. In april 2023 werden de vader en zijn beide zoons aangehouden op verdenking van het faciliteren van professionele hennepteelt. In de aanloop naar deze 'klapdag' was de politie ook in gesprek gegaan met de gemeente: beide partijen waren al langer op zoek naar passende bestuurlijke maatregelen voor dit soort casuïstiek.

“Het leek ons onwaarschijnlijk dat in het makelaarskantoor een grote partij drugs zou worden aangetroffen”, legt Verdoorn uit. “Met de Opiumwet konden we dan niet zo veel. Bij de besproken scenario’s kwam artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Leeuwarden aan bod. Die geeft de burgemeester de bevoegdheid een ‘publiek toegankelijk lokaal’ te sluiten wanneer dat in het belang is van onder meer de openbare orde of veiligheid.”

Het betreffende artikel is op zichzelf niet nieuw: de gemeente Leeuwarden heeft het sinds 2015 in de APV staan. Ook andere gemeenten hebben de bepaling al langer in hun APV opgenomen. Gemeenten die het gebruiken doen dat bijvoorbeeld om bedrijven aan te pakken die zich bezighouden met witwaspraktijken en niet-vergunningplichtig zijn. “Voor sluiting van het pand van een zakelijk dienstverlener was het artikel bij ons weten nog nauwelijks gebruikt”, weet Verdoorn. “In Almere heeft de gemeente het een keer toegepast bij een notariskantoor. Maar in die zaak is de gemeente uiteindelijk teruggefloten door de rechter, omdat onvoldoende werd gemotiveerd waarom die maatregel nodig was. Daarom wisten we dat we zo concreet mogelijk moesten maken hoe de activiteiten in dit pand de openbare orde bedreigden.”

Klaas Dunnink
Klaas Dunnink

Faciliterende rol aannemelijk maken

Om de ondermijnende werking van het makelaarskantoor aan te tonen bij de bestuursrechter, was het nodig de faciliterende rol voor het criminele circuit ‘aannemelijk’ te maken. Wat daarbij hielp was dat de cruciale feiten door het bedrijf zelf werden bevestigd. Verdoorn: “Uit het onderzoek bleek dat ze wisten van een aantal hennepkwekerijen in panden die ze verhuurden. Ook hebben ze erkend dat ze in meerdere gevallen zelf de kwekerijen hebben laten verwijderen. Terwijl een normale reactie zou zijn geweest om de politie daarvoor in te schakelen. Door dat niet te doen hebben ze de opsporing belemmerd.”

Normaal gesproken kijkt de politie vooral naar strafbare feiten. In dit geval ging het er ook om wat het bedrijf juist naliet en van een professionele onderneming wel verwacht had mogen worden. Dunnink: “Er bleek bijvoorbeeld ook sprake te zijn van laksheid bij de screening van nieuwe huurders, een beperkt toezicht op huurders en valsheid in geschrifte.”

Op basis van de bestuurlijke rapportage die dit uiteindelijk opleverde, liet de gemeente in juli 2023 aan de makelaar weten haar bedrijfspand voor zes maanden te willen sluiten. “Zoals vaak bij dit soort bestuurlijke sluitingen, maakte het bedrijf vervolgens een gang naar de voorzieningenrechter”, vertelt Verdoorn. “Die heeft in november vorig jaar een duidelijke uitspraak gedaan: de gemeente Leeuwarden had meer dan voldoende reden het kantoor te sluiten. Het voordeel daarvan was dat die publieke uitspraak het makkelijker maakte voor de burgemeester om over deze zaak en de noodzaak tot sluiting te communiceren. Normaal gesproken maken we een persbericht na elke sluiting. Dat heeft informatieve waarde, ook om ‘de loop’ uit het pand te halen. Nu pakten we de publiciteit wat breder aan, om zo een duidelijke boodschap te geven: ondermijnende ondernemingen worden in Leeuwarden aangepakt.”

Signaalwerking

Na de sluiting werd het pand van het makelaarskantoor verzegeld. Maar dit kon niet voorkomen dat kort na de sluiting al een verhuisbericht op de deur hing: de broers lieten weten hun activiteiten twintig meter verderop in de straat voort te zetten. Een ander handhavingsinstrument stak daar uiteindelijk een stokje voor: omdat het voortzetten van het bedrijf op de nieuwe locatie niet toegestaan was in het bestemmingsplan, kon het college van B&W een last onder dwangsom opleggen.

Feit blijft dat de verdachten gedurende het strafrechtelijk onderzoek – dat op dit moment nog loopt – vrij zijn om te blijven ondernemen. “Eigenlijk is het verbazingwekkend dat makelaarskantoren geen dwingend tuchtrechtelijk kader kennen, zoals bijvoorbeeld het notariaat” vindt Verdoorn. “Dit bedrijf is geen lid van één van de brancheorganisaties in de makelaardij en daarmee ook niet gebonden aan de door die organisaties gehanteerde gedragscodes en tuchtrechtsystemen. Eigenlijk zou er weer een systeem met beëdigde makelaars moeten komen. Want de link tussen vastgoed en ondermijnende criminaliteit is algemeen bekend.”

Toch is de uitspraak in deze zaak is een belangrijk succes, benadrukt Verdoorn, ook door de publiciteit die ervoor was. “De signaalwerking moet niet worden onderschat. Voor de ondernemers zelf, maar bijvoorbeeld ook voor verhuurders en banken, die zich zullen afvragen of ze met zo’n bemiddelaar in zee willen.” Bovendien heeft de zaak ook landelijk iets in beweging gebracht. Meer gemeenten nemen dit artikel nu op in hun APV. En ook de RIEC's benadrukken steeds meer de kracht van dit bestuurlijke instrument. “Onlangs heeft de Adviescommissie Bezwaarschriften van de gemeente Leeuwarden in een bodemprocedure de uitspraak van de voorzieningenrechter nog extra bevestigd. Dat maakt de jurisprudentie nog sterker.”

Meer samenwerken

Wat Klaas Dunnink betreft toont de zaak in Leeuwarden ook aan hoe belangrijk bij drugscriminaliteit samenwerking tussen gemeente en politie is. “Met alleen het strafrecht sla je bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit geen deuk in een pakje boter. Wat je uiteindelijk wil is criminelen handelingsonbekwaam maken. Het bestuursrecht biedt daarvoor allerlei mogelijkheden. Als politie willen we daarom nog veel meer samen optrekken met de gemeente. Maar bijvoorbeeld ook met de private sector. Een makelaar of notaris ziet het als eerste als woningen voor opvallend lage bedragen worden verkocht. Daar moet dan een belletje gaan rinkelen. We moeten uit onze klassieke kolommen komen; niet allemaal ons eigen dingetje doen.”

Toen Dunnink een paar jaar geleden aantrad als teamchef maakte hij meteen vijf man vrij om te werken aan ondermijning. Gezien de omvang van de problematiek blijft die capaciteit echter beperkt. Ook dat is volgens Dunnink een reden om effectief samen te werken, en bij de aanpak van drugscriminelen breder te kijken dan het strafrecht. “De vraag die we ons continu moeten stellen is: welk effect willen we bereiken en wie zijn daarvoor nodig? Onze burgemeester is het daar helemaal mee eens. Hij zegt niet tegen ons: politie, wat ga je doen? Hij weet als geen ander: de aanpak van ondermijnende criminaliteit is een gezamenlijke uitdaging.”