Een witte villa aan de Spaanse kust. Palmbomen, een strakblauwe lucht en een rustige woonwijk. Verschillende politieauto’s rijden het terrein op. Gemaskerde agenten van de Spaanse Policía Nacional doen een inval. Even later wordt een verdachte afgevoerd. Achter de ogenschijnlijk lokale aanhouding gaat maanden, soms jaren, van internationale samenwerking schuil. Achter de schermen zorgt liaison-magistraat Boudewijn de Jonge ervoor dat zulke onderzoeken niet stranden bij een landsgrens.
Voor veel Nederlanders is Spanje een vakantieland. Voor De Jonge is het vooral een land waar Nederlandse strafzaken regelmatig een Spaans vervolg krijgen. “Spanje is eigenlijk een soort dertiende provincie van Nederland”, zegt hij. “Honderdduizenden Nederlanders wonen of overwinteren hier. Maar er zijn ook Nederlandse criminele netwerken die zich hier al tientallen jaren vestigen.” Hij vertelt dat de eerste criminele families al in de jaren zeventig vastgoed aan de Costa del Sol kochten. “Destijds begon de smokkel van hasj en marihuana vanuit Noord-Afrika”, legt hij uit.
Boudewijn de Jonge
Spanje als partner
Die historische band verklaart waarom Spanje zo'n belangrijke partner is geworden voor Nederland. Criminelen investeren er in vastgoed, maken gebruik van bestaande Nederlandse gemeenschappen en Nederlandstalige voorzieningen en profiteren van de strategische ligging tussen Latijns Amerika, West-Afrika, Noord-Afrika en Europa. “Onze boeven, ik noem ze maar even onze klanten, komen hier dus al heel lang”, zegt De Jonge. “We praten inmiddels over derde generaties die hier wonen.” Nederlandse strafzaken krijgen daardoor regelmatig ook een Spaans vervolg. Ook de Nederlandse gemeenschap in Spanje speelt daarbij soms een rol. Via Meld Misdaad Anoniem Spanje kunnen Nederlanders anoniem informatie delen over onder meer witwassen, drugshandel en voortvluchtige criminelen.
Brug tussen twee rechtssystemen
Het werk van De Jonge bestaat uit veel meer dan het doorzetten van rechtshulpverzoeken. Hij legt contacten tussen de Spaanse autoriteiten en Nederlandse officieren van justitie, rechercheurs en de Internationale Rechtshulpcentra van het binnen het Openbaar Ministerie, dat zich bezighoudt met internationale rechtshulp en de uitvoering van buitenlandse verzoeken. “Juristen zijn van oorsprong nogal gericht op hun eigen recht”, zegt De Jonge. “We denken al snel dat we het beste rechtsbestel van de wereld hebben. Maar die nationale systemem sluiten soms slecht op elkaar aan en daarom is het mooi om een brugfunctie te vervullen.”
Andere procescultuur
De Jonge kent beide rechtssystemen goed en weet dus ook waar hij met welk verzoek het beste kan aankloppen. “Een groot verschil met Nederland bijvoorbeeld is dat onderzoeken in Spanje geleid worden door een onderzoeksrechter, en niet door een officier van justitie. Die figuur kennen wij eigenlijk niet. De onderzoeksrechter is niet gewoon een soort rechter-commissaris. Die heeft echt een andere rol. Ook de procescultuur verschilt. Nederlandse strafzaken zijn sterk gebaseerd op de dossiers, terwijl Spaanse rechters veel gewicht toekennen aan de behandeling op de zitting. Die willen vaak van tevoren niet eens het dossier lezen, maar tijdens de zitting alle feiten aanhoren.”
Geen eenrichtingsverkeer
De samenwerking is volgens De Jonge nadrukkelijk geen eenrichtingsverkeer. Nederland deelt veel kennis over financieel rechercheren, beslagleggen en digitale opsporing, maar leert zelf ook van Spanje. “De Spanjaarden hebben veel ervaring met internationale samenwerking, onder meer met landen in Latijns-Amerika, wat historische en taalkundige oorzaken heeft”, zegt hij. Ook de manier waarop Spanje online rechtszittingen inzet, een veel snellere procedure voor hoger beroep heeft ingericht en maritieme smokkel onderzoekt, levert volgens hem waardevolle inzichten op. “We kunnen echt van elkaar leren.”
Van containers naar snelle schepen
Door zijn jarenlange ervaring weet De Jonge snel de juiste mensen te vinden. Dat voorkomt vertraging in onderzoeken. Hard nodig, want de georganiseerde criminaliteit verandert voortdurend. Jarenlang werden drugs voornamelijk gesmokkeld via containers in grote zeehavens. Inmiddels zien opsporingsdiensten nieuwe smokkelroutes ontstaan. Grote vrachtschepen of vissersschepen fungeren als drijvende drugsopslagplaatsen op zee. Ver uit de kust halen razendsnelle kleinere schepen, de zogeheten narcolanchas, de drugs op om die naar de Spaanse kust te brengen. Daarnaast worden steeds vaker semisubmersibles, ook wel narco-onderzeeërs genoemd, ingezet.
Onderschepping van 30 ton cocaïne
Een recent voorbeeld is de onderschepping van de Arconian. Op het schip werd ruim dertig ton cocaïne aangetroffen, de grootste cocaïnevangst ooit in Spanje. Volgens Spaanse onderzoekers was het de bedoeling de lading op volle zee over te laden op snelle boten. Internationale media brachten het transport in verband met het netwerk rond de meest beruchte voortvluchtige Nederlandse drugscrimineel.
Versleutelde chats gekraakt
Ook digitalisering veranderde de opsporing ingrijpend. “Het kraken van EncroChat en Sky ECC, versleutelde berichtendiensten die vooral werden gebruikt door criminelen, betekende een enorme doorbraak”, vertelt De Jonge. Ineens kregen rechercheurs toegang tot miljoenen berichten waarin criminelen openlijk spraken over drugstransporten, liquidaties en witwasconstructies. Die informatie leidde tot talloze nieuwe onderzoeken, ook in Spanje. Volgens De Jonge speelt digitaal bewijs sindsdien een steeds grotere rol in internationale strafzaken. Bij huiszoekingen zijn telefoons, laptops en cloudgegevens inmiddels minstens zo belangrijk als een papieren administratie of een stapel contant geld.
Afpakken crimineel vermogen
De grootste vooruitgang ziet De Jonge bij het afpakken van crimineel vermogen. Beslag leggen in Spanje was jarenlang een ingewikkeld proces. Dat is de afgelopen jaren veranderd. “De belangrijkste veldslag leveren we op beslag. We hebben nu snel duidelijk hoeveel geld er is, van wie dat is en waar het zit.” Nederland beheert inmiddels beslag op een groot aantal onroerende zaken in Spanje. “En dat gaat om honderden miljoenen.”
Inbeslagname cryptovaluta
De digitale ontwikkelingen beperken zich niet tot communicatie. Ook crimineel vermogen verschuift steeds vaker naar de digitale wereld. Cryptovaluta maken tegenwoordig deel uit van veel onderzoeken. Dat vraagt om andere expertise én om nauwe internationale samenwerking. De Jonge noemt een zaak waarbij voor ongeveer 17 miljoen euro aan cryptovaluta in beslag werd genomen. Zo'n beslag stopt niet bij de landsgrens. Spaanse machtigingen zijn nodig om digitaal bewijs veilig te stellen en het beslag juridisch correct af te handelen. Vervolgens moet de cryptovaluta veilig worden beheerd en uiteindelijk worden verkocht.
Huurmoord
Ook bij strafzaken is de samenwerking concreet. De Jonge vertelt over een actuele zaak waarin een Belg wordt verdacht van een huurmoord op een Nederlander in Spanje. Spaanse autoriteiten konden hem om juridische redenen niet zelf vasthouden. Nederland kon dat wel. “Het zijn lange trajecten, maar het is mooi dat zoiets uiteindelijk dan toch lukt.”
Drugslab
Een ander interessant voorbeeld van de samenwerking in de praktijk is het onderzoek naar een groot laboratorium voor synthetische drugs. De Nederlandse recherche hield eerst een verdachte aan, maar het laboratorium in Spanje bleef buiten beeld. Pas nadat digitale gegevens en andere informatie zorgvuldig waren geanalyseerd, kwam de locatie alsnog naar voren. Vanaf dat moment kreeg de Spaanse justitie een centrale rol in het onderzoek. “Zij hebben ons daar heel goed in geholpen”, vertelt hij. Volgens De Jonge had zo'n onderzoek in Spanje waarschijnlijk niet op dezelfde manier kunnen beginnen. “In Nederland kunnen we, in tegenstelling tot Spanje, al onderzoek doen als er voldoende aanwijzingen zijn dat strafbare feiten worden gepleegd. Dat heeft ons in deze zaak enorm geholpen.” Uiteindelijk is niet alleen het laboratorium gevonden, maar kon ook het bewijs snel tussen beide landen worden gedeeld. “Dat is geen vanzelfsprekendheid”, zegt De Jonge. “Dus je moet ervoor zorgen dat je de juiste mensen vindt die met je meewerken.”
Financiële samenwerking
De komende jaren ziet De Jonge vooral kansen in financiële samenwerking. “De kans ligt bij de samenwerking met de FIOD en de Belastingdienst hier in Spanje”, zegt hij. De Jonge verwacht ook veel van nieuwe Europese wetgeving. Zo wordt het eenvoudiger om digitaal bewijs op te vragen bij internationale techbedrijven en krijgen lidstaten meer mogelijkheden om crimineel vermogen snel veilig te stellen. “Er is op dit moment veel in beweging", zegt hij. Volgens De Jonge is snelheid daarbij cruciaal. "Een heel groot deel van de bankrekeningen die we in beslag nemen, is anders al leeggetrokken. Dan doe je je werk voor niks.” De samenwerking beperkt zich niet tot individuele onderzoeken. Ook op strategisch niveau trekken Nederland en Spanje samen op. Via het Europese programma EL PACCTO 2.0 (zie kader) wisselen Europese en Latijns-Amerikaanse landen kennis uit over de aanpak van georganiseerde criminaliteit, maritieme smokkelroutes en het afpakken van crimineel vermogen.
Netwerk vormt de basis
Na vier jaar in Madrid keert De Jonge dit jaar terug naar Nederland. “Een belangrijk deel van het werk in het buitenland is dat mensen je kennen”, zegt hij. “Daarom investeren we heel veel in contacten in de justitieketen. Dat krachtige netwerk blijft de basis onder veel internationale onderzoeken.”