Criminelen hebben informatie nodig die niet zomaar op internet te vinden is. Wie woont op welk adres? Van wie is een auto? Staat een binnenkomende zeecontainer gepland voor controle? Voor zulke informatie zijn ze afhankelijk van mensen binnen de overheid. En één klein stukje informatie kan al genoeg zijn om een crimineel verder te helpen.

Dat ziet Tim* regelmatig in zijn werk als teamleider bij de Rijksrecherche. Zo stuitte de Rijksrecherche op iemand die via de app Telegram tegen betaling aanbood om kentekens na te trekken. Samen met de politie besloot de Rijksrecherche de proef op de som te nemen. Rechercheurs leverden zelf een kenteken aan. Niet veel later werd dat kenteken opgevraagd in een overheidssysteem. Daarmee kwam een ambtenaar in beeld. “Veel van wat zo’n ambtenaar in het systeem doet, wordt gelogd”, vertelt Tim. “Omdat wij een heel specifiek kenteken hadden aangedragen, dat niet zomaar zou worden opgezocht, konden we al snel zien welke ambtenaar het had opgevraagd.” De Rijksrecherche startte een strafrechtelijk onderzoek en bekeek ook eerdere zoekopdrachten. Uiteindelijk werd de ambtenaar aangehouden en in eerste aanleg veroordeeld. De zaak loopt nog in hoger beroep.
Zelfs kleine stukjes hebben grote waarde
De Rijksrecherche doet onder andere onderzoek naar ambtenaren die mogelijk strafbare feiten plegen tijdens hun werk. Bijvoorbeeld corruptie, het lekken van vertrouwelijke informatie of het vervalsen van documenten. Overheidsinformatie kan voor criminelen veel waard zijn. Denk aan adressen, kentekens en familiegegevens. Maar ook aan informatie over politieonderzoeken, de aankomst en controle van containers of plannen voor de herontwikkeling van een gebied. Welke ambtenaar interessant is, hangt af van de informatie die een crimineel zoekt. Een medewerker van de douane kan informatie hebben over een vermeend drugstransport, een gemeenteambtenaar over een adres of paspoort en een politieagent over een lopend onderzoek. Een ambtenaar hoeft niet altijd zelf te weten waarvoor de informatie uiteindelijk wordt gebruikt. “Criminelen zetten bij ambtenaar A het ene uit, bij ambtenaar B het andere en bij ambtenaar C weer iets anders”, vertelt Tim. “Als ambtenaar kun je denken: wat kunnen ze hier nou mee? Maar criminelen combineren al die informatie.” En de gevolgen kunnen ernstig zijn. Een adres kan worden gebruikt bij een aanslag, een kenteken bij een liquidatie. “Misschien denk je: één keer informatie geven is minder erg dan honderd keer. Maar wat als de informatie over dat ene kenteken een liquidatie mogelijk maakt?
In de tang
Bovendien blijft het lang niet altijd bij die eerste keer. “Als je één keer informatie hebt gegeven, hebben ze je”, zegt Tim. “Dan kunnen ze zeggen: als je ons nu niet meer helpt, gaan we naar je werkgever. Zo kom je in de tang.” Criminelen zoeken actief naar mensen die toegang hebben tot interessante informatie. Sociale media maken het daarbij gemakkelijker om geschikte medewerkers te vinden. Als voorbeeld noemt Tim iemand die online heel specifiek vermeldt BRP-specialist bij een bepaalde gemeente te zijn. “Dat maakt je kwetsbaar. Het is niet nodig om te vermelden dat je toegang hebt tot bepaalde systemen. Je kunt ook zeggen dat je bij de gemeente werkt.”
Vatbaar voor corruptie
Het is moeilijk voorspelbaar wie vatbaar is voor corruptie. Financiële problemen kunnen een rol spelen. Ook iemand die zich niet meer verbonden voelt met zijn werk of zich ondergewaardeerd voelt, kan kwetsbaar zijn. Maar een vast ‘daderprofiel’ bestaat niet. Dat merkt Tim wanneer de Rijksrecherche na een aanhouding met collega's spreekt. “Het zijn vaak de mensen die voor iedereen klaarstonden. Die extra diensten draaiden of net een stap extra zetten.” Soms krijgt zo'n positief beeld achteraf een andere betekenis. Wie bijvoorbeeld vaak overwerkt, heeft ook meer gelegenheid om ongezien informatie op te zoeken. “Collega's zeggen dan: van diegene hadden we dit nooit verwacht.” Tim vindt het daarom belangrijk dat leidinggevenden weten wat er bij hun medewerkers speelt. “Zorg ervoor dat je als leidinggevende het gesprek met je medewerkers durft aan te gaan. Zeker bij financiële problemen kan vroegtijdige hulp voorkomen dat iemand vatbaarder wordt voor een crimineel aanbod.”
De informatiemakelaar: een criminele tussenpersoon
Criminelen vinden nieuwe manieren om aan overheidsinformatie te komen. De Rijksrecherche ziet de opkomst van de informatiemakelaar: een crimineel die verschillende corrupte ambtenaren in zijn netwerk heeft. Een crimineel die een paspoort wil én wil weten of hij in een politiesysteem staat, hoeft daardoor niet zelf twee ambtenaren te kennen. Hij legt zijn vragen neer bij de informatiemakelaar. Die schakelt bijvoorbeeld een gemeenteambtenaar en een politieagent in. Na het kraken van EncroChat en Sky ECC kreeg de Rijksrecherche beter zicht op dit fenomeen. “Vroeger zag je vaker een fysieke relatie”, zegt Tim. “Iemand uit je familie of van de voetbalclub wist dat jij bij de overheid werkte. Met informatiemakelaars kan het contact helemaal online verlopen. Dat maakt onderzoek ingewikkelder. De ambtenaar die informatie verstrekt, hoeft de crimineel voor wie die informatie uiteindelijk bestemd is niet te kennen.”

Meer alertheid, meer onderzoeken
De Rijksrecherche spoort corruptie op en helpt overheidsorganisaties zich er beter tegen te beschermen. Ze geven bijvoorbeeld voorlichting aan overheden over signalen en risico's om de weerbaarheid te vergroten. Hierbij werkt de Rijksrecherche samen met de RIEC’s en de ministeries van Justitie en Veiligheid, en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zo kunnen ze meer overheidsorganisaties bereiken en gebruikmaken van elkaars kennis en hulpmiddelen. De Rijksrecherche deelt inzichten uit de praktijk en wijst tijdens voorlichtingsbijeenkomsten op risico’s, bijvoorbeeld bij de screening van nieuwe medewerkers. Organisaties kunnen vervolgens gebruikmaken van informatie en hulpmiddelen die de ministeries hiervoor hebben ontwikkeld. Het resultaat? “De naïviteit ebt steeds meer weg”, zegt Tim. “Daarin zien we echt een positieve ontwikkeling.” Sinds de Rijksrecherche deze weerbaarheidstaak uitvoert, is ook het aantal meldingen toegenomen. Een deel van die meldingen leidde vervolgens tot opsporingsonderzoeken. Tim merkt dat organisaties beter beseffen hoe waardevol hun informatie voor criminelen kan zijn.
Een collega die aan de bel trok
Hoe belangrijk alertheid kan zijn, bleek bij een gemeente waar een medewerker zag dat een collega haar telefoon bij een computerscherm hield. Het leek alsof ze een foto maakte. De medewerker vroeg ernaar, maar vertrouwde het antwoord niet en stapte naar haar leidinggevende. De gemeente onderzocht welke systemen de collega op dat moment had geraadpleegd. Dat bleek niet voor haar werk te zijn geweest. De zaak kwam uiteindelijk bij de Rijksrecherche terecht. Uit onderzoek bleek dat informatie uit gemeentelijke systemen werd verspreid, via een foto van het scherm.
Het is een mooi voorbeeld van alertheid, volgens Tim: “Iemand zag iets en dacht: dit hoort niet, dit doen wij hier niet. En diegene heeft er vervolgens iets mee gedaan.”
Minder toegang, minder risico
Overheidsorganisaties kunnen het risico op corruptie verkleinen door medewerkers alleen toegang te geven tot informatie die zij voor hun werk daadwerkelijk nodig hebben. “Waarom zou iemand van een landelijke overheidsorganisatie die in Maastricht werkt moeten kunnen zien wat er in Groningen plaatsvindt, als diegene daar nooit werkt?”, geeft hij als voorbeeld. “Je kunt autorisaties beperken, het gebruik van systemen controleren of voor gevoelige informatie goedkeuring van een tweede persoon eisen. Dat beschermt ook de medewerker. Wie niet bij bepaalde informatie kan, kan tegen iemand die erom vraagt simpelweg zeggen: ik kan het niet voor je opzoeken.”
Vertrouwen beschermen
Tim komt nog steeds overheden tegen die denken dat corruptie bij hen niet voorkomt. Grote gemeenten wijzen op hun procedures en integriteitsafdelingen, kleine gemeenten op de sterke sociale controle. “Maar het gebeurt overal. Bij grote, middelgrote én kleine gemeenten.” Daarmee staat het vertrouwen in de overheid op het spel. “Als ambtenaar heb je een bijzondere positie. Je bent er voor de samenleving. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid zorgvuldig omgaat met de informatie die zij heeft. Voor mij komt het uiteindelijk neer op twee dingen: besef wat de informatie waarmee je werkt waard kan zijn en trek aan de bel als je denkt dat iets niet klopt. Ga naar je leidinggevende en maak het bespreekbaar. Dat is het belangrijkste.”
*Om veiligheidsredenen leest u alleen Tims voornaam.